Mia's visie

Zwarte vrijdag

 

door Mia De Schamphelaere

 

Een vrijdag in de paastijd. Het beloofde een stralende lentedag te worden.

Mijn verstand zou zich helemaal moeten concentreren op de steeds minder beheersbare politieke crisis in dit land. Een veel grotere onheilstijding verlamde echter elk denkwerk en legde alle activiteit stil.

De mooie lentedag kleurde plots inktzwart.

Een kind werd geschonden, bijna een jeugd lang, in het hart van onze Kerk.

Verplicht tot zwijgen, zwijgen als vermoord, omwille van het beeld,

het prestige, de schone schijn.

De Kerk als witgekalkt graf. Die Kerk, die we niet kunnen opgeven

omdat zij Hem aan ons heeft geschonken, onze diepste vriend,

onze bestaansgrond en onze eindbestemming.

De molensteen rond de hals sleurt ons nu allen samen de diepte in.

 

Er volgt een stroom van e-mailtjes, sms-berichtjes en gesprekken.

Goede vrienden, geloofsgenoten, zoeken contact met elkaar. Zij stamelen woorden van onmacht, verdriet en schaamte.

Van woordvoerder tot president, van monnik tot monseigneur,

allen zijn ontredderd, diepbedroefd, zelfs troosteloos.

Ik probeer te bidden en voel een immense compassie met Hem.

Hoe zal Hij ooit nog kunnen stralen in deze geschonden Kerk?

Ja zeker, alles is mensenwerk en de Kerk is ook maar een lange menselijke stroom door de tijd heen. Met heiligen, maar ook met zondaars.

Ja zeker, het instituut Kerk zelf is nooit een doel op zich.

Maar de Kerk is ook onze geloofsruimte, onze gemeenschap van liefde, onze genadeplaats.

We doorstaan de ergste crisis sinds de Reformatie, las ik.

Alleen maar wachten én doorstaan zal dus echt niet meer voldoende zijn.

 

Hoe is het zover kunnen komen?

Waarom hebben we het leed dat wereldwijd aan kinderen en jongeren werd aangedaan niet tijdig gezien en gehoord?

Wat is verkeerd in onze structuren, in onze omgang met elkaar,

in ons mensbeeld en onze visie op kinderen?

Zijn de verantwoordelijken te oud, te star, te bang om de échte vragen te stellen?

Een éénzijdige mannelijke cultuur kan ontsporen in hardvochtigheid en machtsmisbruik. Zoals een éénzijdige vrouwelijke cultuur verpest kan worden door heimelijke afgunst en laster.

De mensheid is maar leven gevend omdat er mannen én vrouwen zijn.

Het katholieke mensbeeld kan maar universeel en liefhebbend zijn als het opgebouwd wordt door mannen én vrouwen.

 

 De exclusieve mannelijke wijding is een mooi middel om de aanwezigheid van Christus in de sacramenten toegankelijk en bereikbaar te houden. Maar het is een middel.

Op zich biedt de wijding geen voorrecht in de besluitvorming of uitbouw van een katholieke visie.

Waarom zouden de mondiale oversten van de vrouwelijke congregaties niet kunnen opgenomen worden in het College van Kardinalen en zo mee de richting voor een nieuwe toekomst uittekenen?

 

De oproep nu voor openheid en transparantie kan bevrijdend zijn voor heel wat slachtoffers van seksueel misbruik. Vaak hebben ze veel te lang moeten leven met hun onuitspreekbaar geheim.

Maar die oproep tot transparantie moet niet enkel de slachtoffers bewegen.

Ook daders hebben bevrijding nodig, ook al zijn ze bejaard of hoogbejaard.

Zeker dan. Het is immers nooit te laat om het belangrijkste in het leven,

het eeuwige leven, voor te bereiden.

De daders zouden moeten aangespoord worden om zich te melden bij de onafhankelijke commissie en om samen met de deskundigen menselijk herstel en genezing mogelijk te maken bij de slachtoffers.

 

Er is tenslotte bij ontelbare gelovigen een nood om samen te bidden

en te rouwen en het verdriet om de geschonden Kerk te verwerken.

Gelukkig begrepen de meeste parochiepriesters afgelopen weekeinde dat er niet zomaar kon overgegaan worden tot de orde van de dag. Dat de vieringen ruimte moesten laten voor de kwetsuren van onze Kerk.

”Zalig de treurenden”, zegt de Bergrede. Gelukkig zij die nu gekwetst zijn.

Alleen wat we liefhebben, kan ons ten diepste raken.

 

TERTIO - 28.04.2010


Toespraak naar aanleiding van de ‘Belgian Council of Religious Leaders’

Kamer van Volksvertegenwoordigers – 17 december 2009.

 

Mevrouw,

Mijnheer de Voorzitter,

Hooggeachte Vergadering en Genodigden,

Mijnheer de Minister en Waarde Collega’s,

 

Bij het einde van deze bijzondere zitting met de officiële ondertekening van uw gemeenschappelijk handvest, wil ik u, religieuze en geestelijke leiders van dit land van harte welkom heten in deze zaal van het federaal parlement.

 

Het parlement is in een democratie de openbare ruimte bij uitstek. Het publieke debat wordt er gevoerd en de politieke besluitvorming vindt er plaats voor het oog van de hele samenleving.

Het parlement is ook een open huis waar alle burgers van dit land welkom zijn om hun politici te ontmoeten en te bevragen. Het parlement is voor ons tenslotte ook de plaats van dialoog met de meest diverse groeperingen en organisaties van allerhande strekkingen.

 

U weet dat het politieke debat over de verhouding tussen religies en overheid nooit stil staat. De inzet is hoe de scheiding tussen kerk en staat juridisch en maatschappelijk in te vullen. De opvattingen hierover evolueren en worden beïnvloed door tendensen als globalisering, migratie en secularisering.

 

In Frankrijk bijvoorbeeld woedt volop het debat over de invulling van de laïciteit, moet dit een gesloten, neutrale of open en positieve laïciteit zijn? President Sarkozy is een uitgesproken voorstander van de positieve laïciteit, die de religies niet beschouwd als een bedreiging of een gevaar voor de democratische instellingen, maar veeleer als een meerwaarde voor de samenleving.

Een goed begrepen invulling van onze grondwettelijke scheiding tussen kerk en staat houdt voor de godsdiensten en levensbeschouwingen zowel een vrijheid als een bescherming in.

 

De godsdienstvrijheid is gegarandeerd in alle belangrijke mensenrechtenverdragen, zoals de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens uit 1948, het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden uit 1950 en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten uit 1966.

Volgens deze verdragen, door ons land onderschreven, betekent godsdienstvrijheid dat eenieder de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst geniet, tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen en ook vrijheid om individueel en in groep zowel openbaar als privé zijn godsdienst te belijden en uit te drukken.

 

Godsdienstvrijheid behoort dus tot de meest fundamentele vrijheden en persoonlijke rechten en is voor elke democratie even essentieel als bijvoorbeeld de vrijheid van mening of de vrijheid van vereniging.

 

Daarnaast garandeert de scheiding tussen kerk en staat ook de eigenheid en de authenticiteit van de religies. In onze geschiedenis werden godsdiensten gedurende vele eeuwen ingezet en misbruikt om politiek gezag en wereldlijke macht te legitimeren. Godsdiensten werden door politieke machthebbers tegenover elkaar uitgespeeld en werden daardoor een argument voor politieke polarisatie.

Nu de instellingen geseculariseerd zijn en de godsdiensten geen politieke doeleinden meer moeten dienen, kunnen zij hun spirituele vrijheid en authenticiteit herwinnen. In die zin betekent de secularisering niet zozeer het einde voor de godsdiensten, maar eerder een nieuwe uitdaging om te groeien in spiritualiteit en zingeving.

 

Onze samenleving is vandaag niet alleen multicultureel en multi-etnisch, maar ook multireligieus. Voor een gesloten laïciteit is dit meer problematisch dan voor een politiek die actief pluralisme voorstaat. De multireligiositeit schept immers niet alleen problemen maar biedt ook heel wat kansen:

  • de vele nieuwe gelovigen verrijken onze samenleving met het eeuwenoude patrimonium van de wereldgodsdiensten,
  • jongeren en nieuwkomers hebben ook in de nieuwe wereld een context om hoop en zin te vinden voor hun leven,
  • en bovendien kan, zoals voormalig Brits premier Tony Blair stelt, een overheid niet blind blijven voor de motivatie en de inspiratie die het geloof aan zo velen biedt om gewoon menselijk goed te zijn.

In ontelbare kerken, moskeeën, synagogen en tempels gebeuren dagelijks kleine wonderen van solidariteit, worden er mensen bemoedigd en verzoend, kinderen en ouderen geholpen en zieken verzorgd.

 

Een integratiepolitiek die het religieuze feit negeert of miskent heeft volgens mij weinig kans op slagen. Mensen komen maar tot ontplooiing als ze zich gerespecteerd voelen als mens, ook in hun diepste overtuigingen. Wie zich bedreigt voelt in wat hem dierbaar is, trekt zich ofwel terug uit de samenleving of lokt juist het extremisme en de polarisatie uit.

 

Een open pluralistische samenleving moet ruimte bieden aan de verschillende vormen van geloofsbeleving en meditatie. Of om het nogmaals met President Sarkozy te zeggen: “je respecteert mensen niet als je ze verplicht om hun religie te beleven in grotten en hangars. De scheiding van kerk en staat betekent niet dat de godsdiensten verboden worden, maar impliceert respect voor religieuze opvattingen. Het is een neutraliteitsbeginsel, geen onverschilligheidsbeginsel.”

 

Hooggeachte Vergadering,

 

We zijn oprecht blij met het initiatief dat hier vandaag gelanceerd werd. Uw gezag en autoriteit als religieuze en geestelijke leiders van dit land geven een bijzondere waarde aan de Verklaring die vandaag werd ondertekend. U toont de wil van de verschillende religies en filosofische opvattingen om elkaar te respecteren en zo de sociale cohesie en het harmonieus samenleven te bevorderen.

Zonder in elkaar op te gaan, overstijgt u uw onderlinge verschillen met als inzet een vredevolle en solidaire samenleving.

We zijn u er erg dankbaar voor.

 

 

Mia DE SCHAMPHELAERE

Ondervoorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers


Toespraak van volksvertegenwoordiger Mia De Schamphelaere n.a.v. het Joodse Chanoeka-feest

Antwerpen, 14.12.2009

 

Deze donkerste tijd van het jaar is uitermate geschikt om het licht van de Menora aan te steken op een zichtbare plaats voor heel de stad.

 

Het is een mooie traditie die de herinnering levendig houdt aan de overwinning van het kleine leger van Jehudah de Maccabeeër op de overweldigende strijdkrachten van de Hellenisten.

Dit was mogelijk omdat het Joodse leger werd gemotiveerd door een sterke overtuiging en omdat de jonge mannen het beste van zichzelf gaven.

 

Toen zij opnieuw de grote kandelaar in het heiligdom konden ontsteken, brandde het licht met een olievoorraad voor maar 1 dag wonder boven wonder 8 dagen lang.

Voortaan dus viert het Joodse volk overal ter wereld gedurende acht dagen, te beginnen op de 25ste Kislev dit heuglijke feit.

 

De lichtjes van de kandelaar worden iedere avond aangestoken bij de ingang van de woningen, zodat het wonder aan iedereen wordt bekendgemaakt. Dit lichtfeest symboliseert de overwinning van de geest over de materie, van het licht over de duisternis.

 

Het licht wordt brandend gehouden door olie. Olie is een bijzondere brandstof. Het is een vloeistof met merkwaardige kenmerken. Olie laat zich niet vermengen met andere vloeistoffen. Olie drijft altijd boven en behoudt altijd zijn specifieke eigenheid.

Langs de andere kant heeft olie ook een sterke indringingskracht. We weten allemaal hoe moeilijk het is om olie van onze handen of uit onze kledij te halen.

 

Het Chanoeka-wonder leert ons dat het behoud van eigenheid en eigenwaarde mogelijk is in een sterke verbondenheid met de wereld die ons omringt.

 

Wij wensen de Joodse Gemeenschap en elk van u in het bijzonder dat innerlijke kruikje olie toe. Het beste van uzelf tot uiting brengen en zo bijdragen tot het welzijn van medemensen, het welzijn van deze stad en de wereld.

 

Chanoeka sameach.